It takes a village to raise a child

Onze pleegdochter Marije is bezig zindelijk te worden. Of eigenlijk zijn wij druk bezig om haar zindelijk te krijgen. In de kerstvakantie zijn we vol goede moed begonnen. Na de gebruikelijke periode van heel veel natte (en vieze) onderbroeken, was ze een aantal weken ‘droog’. Alles ging keurig op de wc en ze gaf ook zelf aan wanneer ze moest. Missie geslaagd!
Totdat er steeds meer ongelukjes kwamen. Ach ja, kan gebeuren. Geeft niks. We proberen het gewoon weer. Tot het moment dat de hele dag eigenlijk één groot ongeluk was. Ik deed geen moeite meer om haar ‘leuk’ aan te kleden. Dat had toch geen zin. Als ik op stap ging, hoopte ik van harte dat het goed zou gaan (not). In mijn fietstassen zitten voorraden met reservekleren.

Bij de boekwinkel was het weer raak. Gepoept……. Gelukkig heeft deze winkel een wc. Maar toch, o help! Ik kan nu met een ondergepoept kind door de winkel lopen om de reservekleren op te halen. Of ik kan haar eerst bevrijden van alle viezigheid en daarna de kleren ophalen. Zo goed en zo kwaad als dat ging, heb ik haar schoongepoetst en alle kleren uitgedaan. Nu moet ze braaf in haar blootje op de wc blijven wachten (erg moeilijk voor een peuterpuber) en sprint in heen en weer naar buiten. Wat een gedoe. Het zweet staat me op de rug en ik schaam me dood. Marije is weer aangekleed en ik stop de kleren in een dubbele laag ‘geur neutralisatie zakjes’. De geur in de wc kan ik helaas niet neutraliseren. Chagrijnig fiets ik met een blije peuter naar huis en stop de zoveelste was in de wasmachine. Het kan Marije allemaal niks schelen.
Marije speelt elke woensdagochtend met een paar peuters uit de buurt bij één van de peuters thuis. Een mooie constructie om kinderen samen te laten spelen en om zelf ook eens een ochtendje vrij te hebben. Maar tsja, hoe lever je een lek kind af? Met heel veel reservekleren en het verzoek om mij te bellen als het de spuigaten uitloopt. Aan het eind van de ochtend haal ik Marije weer op. Ik zie al dat ze andere kleren aanheeft. Vrolijk vertelt de moeder mij dat ze een aantal ongelukjes heeft gehad, maar dat alles al is uitgewassen en dat het helemaal niks geeft. WAT? Het geeft niks? Ik schaam me weer en voel me bezwaard dat ik een ander opzadel met het zindelijkheidsprobleem van onze pleegdochter.

De natte broeken gaan nog weken door. Ik moet mijn best doen om zelf gemotiveerd te blijven én vriendelijk naar Marije. Het komt uit mijn tenen. Maar deze week gaat het goed! Ik heb hoop!
Wat me enorm ontroert is dat anderen met liefde en zorg Marije willen helpen bij het zindelijk worden. Ik weet niet waarom, maar dit raakt me enorm als pleegmoeder. Blijkbaar zijn er andere mensen die zich ook willen inzetten voor onze pleegdochter. Die dat de normaalste zaak van de wereld vinden. Waarom voelt dit voor mij dan zo anders dan toen onze andere kinderen zindelijk werden? Ik denk dat ik het wel weet. Voor een pleegkind hebben wij heel bewust gekozen. Ik voel me dus ook heel verantwoordelijk voor haar. Anders dan bij onze eigen kinderen. En ik wil anderen niet opzadelen met onze keuze voor pleegzorg. Voor mijn eigen kinderen vind ik het makkelijker om hulp vragen dan voor onze pleegdochter. Dat moet ik vooral zelf doen vind ik. Dikke onzin, heb ik nu geleerd!

-JoPie-

*Marije is een gefingeerde naam.

Lees hier meer van JoPie